Email

info@paardoptimaal.nl

In deze blog ga ik het hebben over insulineresistentie. Dit is een stofwisselingsstoornis die vaak voorkomt bij paarden en die ten grondslag kan liggen aan hele diverse problemen. Vaak wordt deze aandoening niet herkend, en daarom vond ik het wel de moeite waard om hier een blog over te schrijven zodat mensen dit beeld sneller gaan herkennen.

Wat is insuline?

Insuline is een hormoon dat paarden zelf aanmaken in het lichaam. Dit speelt een rol bij het verwerken van suiker bij een paard. Suiker uit de voeding van je paard wordt in de dunne darm afgegeven aan het bloed. Zonder insuline komt deze suiker – die een paard binnenkrijgt uit de voeding – niet terecht op de juiste plek in de cellen, waar het nodig is. In de alvleesklier (pancreas) worden meerdere hormonen aangemaakt, en insuline is er daar een van. Dit gebeurt door beta cellen die zich in de eilandjes van Langerhans bevinden. Deze hormonen worden rechtstreeks uitgescheiden aan de bloedbaan.

Insuline controleert, samen met glucagon, de suikerconcentratie in het bloed. Als de bloedsuikerspiegel te hoog wordt en er dus te veel suiker in het bloed zit, wordt insuline vrijgegeven. Insuline zorgt ervoor dat bloedsuiker in lichaamscellen opgeslagen kan worden zodat de bloedsuikerspiegel verlaagd wordt. Suiker wordt opgeslagen om te gebruiken voor energie maar ook als glycogeen in de lever of in het vet. Insuline is ook betrokken bij de vetopslag en het aanmaken van spierweefsel. Als er te weinig suiker in het bloed zit zorgt glucagon ervoor dat de cellen die suiker opgenomen hebben dit weer vrijgeven en de bloedsuikerspiegel weer stijgt. Insuline verlaagt de bloedsuikerspiegel terwijl glucagon deze verhoogt.

Wat is insulineresistentie?

Bij insulineresistentie worden de cellen in het lichaam minder gevoelig voor insuline. De cellen worden dus resistent voor insuline. Ze reageren niet meer zo op insuline als dat ze zouden moeten doen. Mensen denken bij insulineresistentie al snel aan diabetes zoals we dat bij mensen kennen. Met type II diabetes is het enigszins te vergelijken, type I diabetes werkt wel anders.

Als een paard suiker binnenkrijgt gaat de bloedsuikerspiegel stijgen. Er wordt dan insuline afgegeven aan het bloed zodat deze suiker in lichaamscellen opgeslagen wordt en de bloedsuikerspiegel weer daalt. Bij insulineresistentie krijgt het paard suiker binnen en stijgt de bloedsuikerspiegel ook. Alleen als er dan insuline afgegeven wordt, komen de cellen niet in actie om deze suiker op te slaan. Omdat de bloedsuikerspiegel daardoor niet verlaagt blijven de cellen insuline aanmaken. Dit kan leiden tot een hyperinsulinemie, waarbij een paard standaard te veel insuline in zijn bloed heeft. Een te grote hoeveelheid suiker is giftig. Als de bloedsuikerspiegel niet meer met insulineresistentie omlaag gebracht kan worden wordt het suiker omgezet in glycosaminoglycanen om te voorkomen dat het paard zichzelf vergiftigd. Deze glycosaminoglycanen worden opgeslagen in het bindweefsel. Dit zorgt ervoor dat een paard lymfatisch wordt.

De zogenaamde easykeepers hebben een grotere kans op insulineresistentie, maar alle paarden kunnen het krijgen. Bij easykeepers kun je denken aan koudbloeden, barokke paarden en pony’s.

Als insulineresistentie in een vergaand stadium is kan een paard ook juist heel mager worden. Daarbij denken wij niet meteen aan een aandoening als insulineresistentie, want daarbij wordt eerder een te dik paard verwacht. Toch kan het zeker zo zijn dat een te mager paard ook insulineresistentie heeft.

Oorzaken van insulineresistentie

Insulineresistentie kan meerdere oorzaken hebben. Een hele belangrijke is verkeerde voeding, specifiek te veel suiker en zetmeel. Dat zorgt namelijk bij voorbaat al voor een verhoogde bloedsuikerspiegel. Andere oorzaken:

  • chronische stress
  • overgewicht: uit onderzoek is gebleken dat het bij dikke paarden langer duurt voordat hun bloedsuikerspiegel weer gedaald is
  • slaaptekort
  • darmdysbiose: dit is een disbalans in de darmen van je paard, meestal ook veroorzaakt door voeding
  • te weinig beweging en te veel energie uit de voeding
  • medicatie
  • te veel (organisch) selenium: selenium kan de plek van chroom innemen in een spiercel waardoor de glucose opname van de cellen belemmerd wordt

Symptomen en gevolgen van insulineresistentie

Qua symptomen is insulineresistentie ingewikkeld, omdat er veel symptomen bij kunnen komen kijken. Zo kan een paard met IR aankomen, maar ook juist afvallen. Paarden met IR drinken vaak veel omdat het glucose in hun bloed zo hoog is en ze dit door water te drinken omlaag willen brengen. Ook een hoge eetlust kan wijzen op IR. Het paard kan geen energie meer uit suiker halen waardoor het van het lichaam steeds een seintje krijgt dat het moet gaan eten om in energie te voorzien. Paarden met IR kunnen lusteloos worden, de spiertonus en uithoudingsvermogen kan minder worden, gevoelig voor hoefbevangenheid en koliek of een opgeblazen buik krijgen. 

De hoge bloedsuikerspiegel maakt het bloed dikker wat ook tot nierfalen kan leiden en zorgt dat het tromboserisico stijgt. Dit kan tot hoefbevangenheid leiden. Er bestaat ook de theorie dat een receptor bij de lamellen insuline opvangt waardoor de lamellen te hard gaan groeien waardoor deze los groeien en de lederhuid en de hoefwand loslaten en je hoefbevangenheid veroorzaakt.

Insulineresistentie heeft ook gevolgen op lange termijn:

  • hoefbevangenheid
  • zenuwschade
  • oogklachten
  • overbelasting van de nieren

Insulineresistentie diagnosticeren

IR kun je vaststellen met speciale testen van het bloed. Het risico op insulineresistentie zie je aan verhoogde triglyceride en glucose gehaltes, en eventueel aan een verhoogd insulinegehalte. Het insulinegehalte kan echter ook juist lager zijn in een later stadium. Een van de testen waarmee IR vastgesteld kan worden is de oral sugar test. Een paard moet dan 8 uur lang vasten en krijgt vervolgens maissiroop toegediend. Dan wordt er regelmatig bloed afgenomen en gekeken naar de gehaltes van glucose, triglyceride en insuline om te kijken hoe lang het duurt voordat deze weer op de beginwaarde zitten. Op dit moment is er nog geen perfecte test voor IR. Het grote nadeel van de OST is dat je paard dan ineens heel veel suiker binnenkrijgt, en dat kan een trigger zijn voor hoefbevangenheid. Ook het lange vasten kan voor een maagzweer zorgen. Je kunt dan beter naar de bloedwaardes kijken zonder deze test te doen.

Insulineresistentie wordt vaak op een hoop gegooid met EMS, maar dit is niet hetzelfde. Ook hoeft een paard met EMS geen IR te hebben en andersom.

Hoe manage je insulineresistentie?

Bij een paard met insulineresistentie wil je geen organisch gebonden selenium. Dit heeft namelijk een negatieve invloed op het proces van de opname van suiker uit het bloed door de spiercellen. Dit zorgt ervoor dat dit proces onderbroken wordt. Eigenlijk wil je dit dus sowieso voorkomen, maar zeker als je paard al insulineresistent is. Veel balancers bevatten organisch gebonden selenium, dus let vooral hier bij op.

Een paard dat insulineresistent is wil je onverpakt hooi voeren dat laag is in suiker, het liefst lager dan 7%. Dit is echter wel heel moeilijk te vinden. Als je hooi hebt waar meer suiker in zit kun je ervoor kiezen om dit 20 minuten te weken. Je spoelt de wateroplosbare stoffen dan weg, waaronder suiker. Op die manier kun je het suikerpercentage verlagen. Laat het niet te lang weken, anders heeft dit invloed op de voedingswaarde van het hooi.

Als je je paard krachtvoer wil geven (een balancer raad ik zeker wel aan) kies dan voor een zo suikerarm mogelijke variant. Veel suiker is uit den boze bij insulineresistente paarden. Ook extra’s als snoepjes, groente en fruit wil je voorkomen bij insulineresistente paarden.

Insulineresistente paarden zet je het liefste niet op de wei omdat het suiker- en ook fructaangehalte in gras over het algemeen hoger is dan in hooi. Zeker bij voorjaarsgras wil je voorzichtig zijn met deze paarden. Dat kan namelijk een trigger voor hoefbevangenheid zijn.

Paarden die insulineresistent zijn wil je veel beweging geven. Het is namelijk belangrijk om een goede balans te hebben tussen genoeg beweging en de hoeveelheid voer die je paard krijgt. Als je paard echter te dik is wil je deze zelfs meer laten verbranden dan dat hij binnenkrijgt. Dit kan bijvoorbeeld met intervaltraining waarbij je galoppeert totdat je paard moe is, dan gaat stappen tot je paard op adem is, dan weer galopperen tot hij moe is en dan weer stappen.

Bij insulineresistentie is het aan te raden om samen te werken met een therapeut die het paard kan ondersteunen om de problemen rondom insulineresistentie te verminderen. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een holistisch therapeut.

Functionele insulineresistentie

Wat je in de natuur ook ziet bij paarden, en wat ook nog wel interessant is om te benoemen, is functionele insulineresistentie. In het wild worden paarden in het voorjaar en in het najaar functioneel insulineresistent. Ze zijn dan dus insulineresistent, maar dat heeft een functie. Paarden komen in het wild vaak schraal de winter uit, en als het voorjaar dan aanbreekt hebben ze vet nodig. Alle suikers die ze dan binnenkrijgen worden als vet opgeslagen. In de lente moet er namelijk ook gedekt, geveulend en gelacteerd worden, dus de paarden moeten wel weer snel in een goede conditie zijn. In het najaar worden ze functioneel IR om zoveel mogelijk vet op te kunnen slaan voor de aankomende winterperiode.

Voor onze gedomesticeerde paarden is deze IR echter niet meer functioneel omdat onze paarden over het algemeen in de winter niet te maken krijgen met schaarste. Het is dus niet nodig om in het najaar zoveel reserves op te bouwen en in het voorjaar zo snel aan te komen.

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *