WhatsApp

06 57 34 83 56

Email

info@paardoptimaal.nl

Als je wil bepalen wat wel en geen goede voeding is voor je paard, kun je het beste beginnen bij de spijsvertering. Alle voeding moet namelijk door dit stelsel verteerd worden en afgegeven worden aan de rest van het lichaam. Vanuit de natuur zijn paarden gewend om de hele dag door kleine hoeveelheden vezelrijk en suikerarm voer te eten en dat is dan ook waar hun spijsvertering op gemaakt is. Veel voeren vandaag de dag zijn niet meer afgestemd op deze spijsvertering, wat voor problemen zorgt. In deze blog serie, bestaande uit 3 onderdelen, ga ik de werking van de spijsvertering bespreken. Vandaag begin ik met de eerste twee onderdelen, de mond en de slokdarm.

Mond

Het verteren van voedsel begint bij de lippen. Met de lippen pakt een paard voedsel vast zodat hij het vervolgens met zijn snijtanden af kan bijten, maar een paard gebruikt de lippen ook om te selecteren wat hij wel en niet wil eten. Als een paard op eten kauwt beweegt de kaak van links naar rechts en een beetje van voor naar achter. Als je paard last heeft van haken op de tanden kan dat de beweging van de kaak, belemmeren waardoor je paard niet goed op zijn eten kan kauwen. 

Als je paard kauwt wordt het voedsel fijn gemalen door de kiezen. Daarnaast komt er speeksel bij vrij door de speekselklieren in de mond- en keelholte. Onder invloed van speeksel wordt er van het voedsel een gladde brij gemaakt zodat het gemakkelijk door de slokdarm glijdt. Het speeksel van een paard bevat calciumbicarbonaat, waardoor het speeksel licht alkalisch is. Dit is het tegenovergestelde van zuur. Dat is belangrijk wanneer de voeding in de maag terechtkomt, maar daar zal ik later op terugkomen. Als je paard dus door tandproblemen of om een andere reden niet goed genoeg kauwt komt er niet genoeg speeksel bij, wat voor problemen in de slokdarm en in de maag kan zorgen. Op vezelrijk ruwvoer kauwt je paard veel langer dan op krachtvoer, waardoor er bij het eten van ruwvoer veel meer speeksel aangemaakt wordt dan bij krachtvoer.

Slokdarm

Vanuit de mond komt de voedselbrij terecht in de slokdarm. Wat goed is om te weten is dat de slokdarm een diameter van 2 centimeter heeft, en tot 3 cm kan oprekken als er voer doorheen komt. Daarnaast is hij ongeveer 120 cm lang. Alles wat je paard binnenkrijgt moet dus door die 3 centimeter. Om die reden is het dus ook zo belangrijk dat je paard goed kauwt en dat er genoeg speeksel mee komt, want speeksel zorgt ervoor dat het voedsel makkelijker door de slokdarm glijdt. Door de slokdarm wordt het voedsel vanuit de keel naar de maag begeleid door peristaltische bewegingen: over de hele slokdarm zit spierweefsel, en dit trekt samen om het voedsel omlaag te duwen. 

Het grootste gevaar als het gaat om de slokdarm is een slokdarmverstopping. Hierbij komt voedsel vast te zitten in de slokdarm, bijvoorbeeld doordat het niet goed genoeg fijn gemalen is of doordat het uitzet wanneer het in contact komt met speeksel. Als het paard tegelijk nog wel speeksel aanmaakt, kan het speeksel niet voorbij de voedselprop, en stroomt de slokdarm als het ware over met speeksel. Het speeksel loopt terug de mond in en zal via de mond en neus weer naar buiten komen. In een normale situatie komt de voedselbrij onderaan de slokdarm terecht in de maag.

Ik heb ook een YouTube-video gemaakt over dit onderwerp:

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Chat openen